Terug naar overzicht

Eric Zwijnenberg

Eric Zwijnenberg (1946) was een van de acht ‘jonge honden’ die eind jaren zestig de wereld van het molenbehoud bestormden. Een wereld die tot dan toe leek voorbehouden aan deftige notabelen van De Hollandsche Molen. Die moesten wel even wennen aan wat sommigen het liefst tot ‘amateur molendraaiers’ bestempelden. Het ontstaan van Het Gilde van Vrijwillige Molenaars deed veel stof opwaaien, met uiteindelijk een geolied opleidings- en examineringsapparaat als resultaat.

Enkele jonge honden die aan de wieg stonden
van Het Gilde van Vrijwillige Molenaars

“Ik kwam als kind op deze molen terecht doordat mijn ouders, toen ze in Amsterdam gingen wonen, zochten naar een plek om in de weekends en zomermaanden buiten te zijn”, zegt Zwijnenberg, gezeten in de kleine woonkamer van de Wimmenumer molen bij Egmond. “Mijn vader kwam een kleine advertentie tegen in het Parool, dat deze molen te huur was. Ze gingen kijken en het was liefde op het eerste gezicht. Er brak voor mij een heel fijne periode aan en na verloop van tijd kochten ze de molen.”

Statische monumenten
Veel molens stonden stil in die tijd, ze waren niet meer ‘maalvaardig’. De monumentenzorg was erop gericht om molens als ‘statisch monument’, dus niet in bedrijf, te behouden. Maar een artikel in Het Vrije Volk in 1966 was de voorbode van veranderingen die op stapel stonden. Het sociaal-democratische dagblad sprak drie jonge mannen, die vol passie betoogden dat de molens weer in bedrijf zouden moeten komen, of tenminste weer regelmatig moesten gaan draaien. Een jaar later werd de basis gelegd voor wat zou uitgroeien tot Het Gilde van Vrijwillige Molenaars…

Wilt u meer lezen? Bekijk hier het artikel van het gehele interview.


Terug naar overzicht


TRANSCRIPTIES

AUDIO