Terug naar overzicht

Gijs van Reeuwijk

Gijs van Reeuwijk (1963) kwam als kind al met molens in aanraking. Ze werden de rode draad in zijn leven. Tegenwoordig is hij zelfstandig molenadviseur, na een carrière bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Hoe heeft de praktijk van de molenrestauraties zich in de afgelopen decennia ontwikkeld, en hoe kijkt Van Reeuwijk naar de toekomst?

Gijs van Reeuwijk in 2011 bij de Herkules, windmotor in Stroobos

Toen Van Reeuwijk veertien was en in gesprek raakte met de molenaar in – zijn toenmalige woonplaats – Heiloo, zei deze tegen hem: ‘Je kunt ook molenaar worden.’ Die suggestie bleek het begin van een levenslange verbondenheid met de molenwereld. Die begon bij molen De Kat in Uitgeest. Talloze zaterdagen fietste hij erheen om het molenaarschap onder de knie te krijgen.

Korenmolenaar in Sloten
De tiener kon nauwelijks wachten tot hij op zijn achttiende eindelijk examen mocht doen voor zijn diploma vrijwillige molenaar. Vervolgens kon hij, inmiddels verhuisd naar Friesland, terecht op de korenmolen in het Friese Sloten. “Die molen was al sinds 1929 van een vereniging, maar stond ook al vijftig jaar stil.” Van Reeuwijk leerde Jan Tollenaar kennen, aspirant molenaar in IJlst. Het klikte en ze gingen aan de slag met de korenmolen. Er was herstelwerk nodig aan het spoorwiel en de maalstenen, maar algauw hadden ze de molen weer malend. Graan van meelfabriek Koopmans uit Leeuwarden werd voor particulieren en kleine bakkers tot meel gemalen. “Er ging een wereld voor me open, ik was tot dan toe poldermolenaar geweest, graan malen is een vak apart. En er was geen elektrisch hulpgemaal, dus als er wind was wilde ik malen. Ook ’s avonds, dan ging ik nog even wat zakjes malen voor de zaterdagse verkoop.”

Wilt u meer lezen? Bekijk hier het artikel van het gehele interview.


Terug naar overzicht


TRANSCRIPTIES

AUDIO